ECLI:NL:CRVB:2008:BD1643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos door overtreding bedrijfsregels en ernstig incident
Appellant was sinds 1 juli 2002 in dienst bij een werkgever en werd op 10 juni 2005 op staande voet ontslagen wegens gedragingen die de arbeidsrelatie ernstig verstoorden. De kantonrechter verklaarde het ontslag onrechtmatig, maar ontbond de arbeidsovereenkomst per 15 augustus 2005 wegens gewijzigde omstandigheden. Appellant vroeg vervolgens een WW-uitkering aan.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de WW-uitkering blijvend omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden door herhaalde overtredingen van bedrijfsregels, waaronder het onrechtmatig repareren van een laptop van een kennis en het niet waarschuwen van de bedrijfsleiding na een dreigement, wat leidde tot een handgemeen.
De rechtbank oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedrag tot ontslag zou leiden en wees zijn beroep af. Appellant stelde in hoger beroep dat hij verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege psychische druk, maar medische rapporten toonden aan dat hij weliswaar minder dan gemiddeld was in staat zijn handelen rationeel te bepalen, maar de gevolgen wel kon overzien.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, bevestigde dat appellant verwijtbaar werkloos was geworden en dat het Uwv terecht de WW-uitkering heeft geweigerd. Er waren geen dringende redenen of omstandigheden die tot een andere beslissing leidden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden.