ECLI:NL:CRVB:2008:BD1647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geen relevant verlies van verdienvermogen
Appellant, werkzaam als emballeur/verdeler, meldde zich ziek met spanningsklachten en ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Na een herbeoordeling in 2004 stelde het UWV vast dat appellant geschikt was voor passende functies met een verlies van verdiencapaciteit van circa 14,6%, waarna de WAO-uitkering in 2005 werd ingetrokken wegens het ontbreken van relevant verlies van verdienvermogen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar zowel de bezwaarverzekeringsarts als de bezwaararbeidsdeskundige bevestigden de eerdere medische en arbeidskundige beoordelingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant medische bezwaren aan, waaronder depressieve en angstklachten, maar de Raad oordeelde dat deze klachten geen aanleiding geven tot een andere beoordeling van de belastbaarheid volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad verwierp ook het argument dat de verkeerde maatman werd gehanteerd bij de berekening van het verlies aan verdiencapaciteit. De belasting van de functies blijft binnen de vastgestelde belastbaarheid. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geen relevant verlies van verdienvermogen meer heeft.