ECLI:NL:CRVB:2008:BD1650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Verminderde verwijtbaarheid sollicitatieplicht bij vakantieperiode voorafgaand aan werkloosheid
Appellant was leerling-monteur en zijn arbeidsovereenkomst werd per 1 juni 2006 beëindigd. Hij vroeg een WW-uitkering aan, waarop het UWV een korting van 20% oplegde wegens het niet voldoen aan de sollicitatieplicht voorafgaand aan de eerste werkloosheidsdag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij vanaf 22 mei 2006 sollicitatieactiviteiten had moeten verrichten, ongeacht zijn vakantie. Appellant stelde in hoger beroep dat hij tijdens de periode van 22 mei tot 1 juni 2006 vakantie had genoten en daarom niet kon worden verweten dat hij niet solliciteerde.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van vakantie, aangezien hij aangaf geen sollicitaties te hebben verricht vanwege het overlijden van een vriend en het bijstaan van diens familie. Desondanks achtte de Raad de verwijtbaarheid van het niet solliciteren verminderd, waardoor de korting op de uitkering werd teruggebracht naar 10% gedurende 16 weken.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en droeg het UWV op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De korting op de WW-uitkering wordt verminderd van 20% naar 10% wegens verminderde verwijtbaarheid van het niet voldoen aan de sollicitatieplicht.