ECLI:NL:CRVB:2008:BD1757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldigheid medisch onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en beroep stelde het UWV haar arbeidsongeschiktheidsklasse bij op 15 tot 25%, maar de rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een onzorgvuldig medisch onderzoek uitgevoerd door een niet-geregistreerd verzekeringsarts.
In hoger beroep betoogde appellante dat ook het arbeidskundig onderzoek onvoldoende was en dat het moeilijk was een adequaat medisch onderzoek na jaren uit te voeren. Het UWV gaf aan een nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek te zullen uitvoeren. De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet kon slagen omdat de rechtbank terecht het besluit had vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.
De Raad benadrukte dat het UWV na vernietiging een nieuw besluit moet nemen dat zorgvuldig wordt voorbereid. Hoewel appellante een finale beslechting wenste, is er geen rechtsregel die zich verzet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vaststelling van arbeidsongeschiktheid berust primair op het medisch oordeel van een verzekeringsarts, conform de wettelijke bepalingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het UWV-besluit en wijst het hoger beroep van appellante af.