ECLI:NL:CRVB:2008:BD1767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderbijslag derde kwartaal 2004 wegens uitwonendheid door onderwijs
Appellante maakte aanspraak op kinderbijslag voor haar zoon over verschillende kwartalen in 2004. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende enkelvoudige kinderbijslag toe over het eerste en derde kwartaal, maar weigerde dit over het tweede kwartaal omdat het kind niet in belangrijke mate werd onderhouden en niet tot het huishouden behoorde door het volgen van onderwijs.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat zij in het tweede kwartaal in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het onderhoud van haar zoon. Voor het derde kwartaal oordeelt de Raad echter dat het uitwonend zijn van het kind verband houdt met het volgen van onderwijs, waardoor het beroep gegrond is en het besluit vernietigd wordt.
De Raad benadrukt dat per kwartaal beoordeeld moet worden of het uitwonend zijn samenhangt met onderwijs en dat eerdere beslissingen niet doorslaggevend zijn. De pedagogische redenen uit het verleden zijn niet relevant voor het derde kwartaal 2004. De Raad bepaalt dat de Svb een nieuw besluit moet nemen en vergoedt het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over het derde kwartaal 2004 wordt vernietigd.