ECLI:NL:CRVB:2008:BD1804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-Van Dijk
- H.G. Rottier
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en WAZ-uitkering zelfstandige met psychische beperkingen
Appellant, een zelfstandige in de textielhandel, viel op 1 juni 2002 uit wegens gezondheidsklachten. Na medisch onderzoek stelde het UWV een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op, waarop een arbeidsdeskundige een verlies aan inkomsten van ruim 35% baseerde. Op basis hiervan kende het UWV een WAZ-uitkering toe in de klasse 35-45%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 6 december 2004 werd afgewezen.
Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die het bezwaar ongegrond verklaarde. In hoger beroep wijzigde het UWV het standpunt en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 45-55%. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was voor meer beperkingen dan vastgesteld. De Raad vernietigde het besluit van 6 december 2004 omdat het UWV dit niet langer handhaafde, maar verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit van 9 januari 2008 ongegrond.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van een schadevergoeding wegens vertraagde betaling van het verschil in WAZ-uitkering en tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De Raad benadrukte dat appellant psychische beperkingen heeft, maar geen behandeling bij psychiater of psycholoog ondergaat en geen bijzondere medicatie gebruikt, wat mede het oordeel ondersteunde dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
Uitkomst: Het besluit van 6 december 2004 wordt vernietigd, de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45-55%, en het UWV veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.