ECLI:NL:CRVB:2008:BD2044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verhaalsbesluit eigenrisicodragerschap WAO-uitkering na bedrijfsovername
Appellante werd per 1 juli 2004 eigenrisicodrager voor de WAO. Het UWV legde haar een betalingsverplichting op voor de WAO-uitkering van een werknemer die in dienst was bij een rechtsvoorganger en tijdens de eigenrisicoperiode arbeidsongeschikt werd.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat een brief van het UWV geen besluit was in de zin van de Awb, maar verklaarde het verhaalsbesluit wel gegrond. Het UWV en appellante gingen hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad stelde vast dat de brief wel een besluit is en dat het UWV terecht het verhaalsbesluit nam op grond van artikel 75a van de WAO. Hoewel het UWV naliet het toekenningsbesluit aan de rechtsvoorganger te sturen, was appellante voldoende op de hoogte van het WAO-traject en had zij onderzoek kunnen doen. De omstandigheden van de werknemer, waaronder een korte diensttijd en ziekmelding vlak voor ontslag, waren onvoldoende om het verhaalsbesluit te vernietigen.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde het verhaalsbesluit, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het verhaalsbesluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en het verhaalsbesluit bevestigd.