ECLI:NL:CRVB:2008:BD2048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens niet dezelfde ziekteoorzaak ondanks toegenomen arbeidsongeschiktheid
Betrokkene viel in 1998 uit wegens rugklachten en kreeg in 1999 een WAO-uitkering geweigerd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was. In 2004 meldde zij toegenomen arbeidsongeschiktheid, maar dit werd afgewezen omdat de toename niet voortkwam uit dezelfde ziekteoorzaak als eerder. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarna appellant hoger beroep instelde.
De medische rapporten toonden aan dat de klachten in 2003 anders waren dan in 1999 en dat er geen sprake was van bekkeninstabiliteit maar van een andere wervelkolomafwijking. De deskundige Bernoski concludeerde dat er geen toename van arbeidsongeschiktheid was door dezelfde oorzaak. De Raad overwoog dat er geen sprake was van verboden reformatio in peius omdat de rechtspositie van betrokkene niet verslechterde.
De Raad bevestigde dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortkomt en vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering. Appellant moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortkomt.