ECLI:NL:CRVB:2008:BD2158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens juiste beoordeling belastbaarheid en functies
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was teruggebracht van 80-100% naar 25-35%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had geoordeeld dat appellant ondanks beperkingen geschikt was voor bepaalde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 26,66%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medische en arbeidskundige onderzoek zorgvuldig en conform het systeem was uitgevoerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was verricht.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond dat de medische beoordeling en de selectie van functies adequaat en inzichtelijk waren gemotiveerd. Er waren geen nieuwe medische gegevens die twijfel konden zaaien over de juistheid van de beperkingen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Rottier en leden Van de Kerkhof en Bedee, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.