ECLI:NL:CRVB:2008:BD2209
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsinschakelingsplicht en noodzaak arbeidskundig onderzoek bij bijstandsuitkering
Verzoeker, het College van Burgemeester en wethouders van Zaanstad, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die het bezwaar van [Betrokkene] tegen een besluit inzake arbeidsinschakeling gegrond verklaarde. De rechtbank had geoordeeld dat gezien de aanzienlijke beperkingen van [Betrokkene] en het geringe aantal uren inzetbaarheid, een arbeidskundig onderzoek noodzakelijk was alvorens re-integratieverplichtingen opgelegd konden worden.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat verzoeker geen arbeidskundig onderzoek had verricht bij het besluit van 2 mei 2007, waarmee niet voldaan werd aan de onherroepelijke uitspraak van de rechtbank. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten en gaf verzoeker de opdracht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat geen spoedeisend belang bestond. Daarnaast werd verzoeker veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [Betrokkene] ter hoogte van € 644,--. De zaak betreft de toepassing van artikel 9 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB) en de noodzaak van een arbeidskundig onderzoek bij het opleggen van re-integratieverplichtingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.