ECLI:NL:CRVB:2008:BD2255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.G. Treffers
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk strafontslag na ernstig plichtsverzuim bij GVB-trambestuurder
Appellant was werkzaam als trambestuurder bij het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Amsterdam en kreeg op 4 september 2003 een voorwaardelijk strafontslag opgelegd na een incident waarbij hij een passagier achterna ging en betrokken raakte bij een worsteling. Dit strafontslag werd gehandhaafd na bezwaar. Later ontstonden nieuwe incidenten: op 16 januari 2005 bedreigde appellant een collega, wat leidde tot een schriftelijke berisping, en op 8 juli 2005 uitte hij dreigende taal richting een leidinggevende collega.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen de berisping en het tenuitvoerleggen van het strafontslag ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn woorden verkeerd waren begrepen en dat er geen sprake was van ernstig plichtsverzuim. De Raad oordeelde echter dat het plichtsverzuim voldoende was aangetoond, mede gezien de eerdere waarschuwingen en de bedrijfscultuur van het GVB die geweld en bedreiging niet tolereert.
De Raad vond de schriftelijke verklaringen van collega’s voldoende betrouwbaar en achtte het verzoek om getuigenverhoor niet nodig. Ook medische verklaringen gaven geen aanwijzingen voor verminderde toerekeningsvatbaarheid. De Raad concludeerde dat het college redelijk heeft gehandeld door het voorwaardelijk strafontslag ten uitvoer te leggen en bevestigde de aangevallen uitspraken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het voorwaardelijk strafontslag en de schriftelijke berisping wegens ernstig plichtsverzuim.