ECLI:NL:CRVB:2008:BD2696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere bijstand voor griffierecht en eigen bijdrage rechtsbijstand wegens redelijke draagkrachtbepaling
Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand ter vergoeding van griffierecht en eigen bijdrage in de kosten van rechtsbijstand ter hoogte van €295. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen wees deze aanvraag af omdat de draagkracht van appellant hoger was dan de gevraagde kosten. De draagkracht werd vastgesteld op €473,91 over de periode 1 april 2005 tot 1 april 2006.
Appellant maakte bezwaar met het argument dat zijn arbeidsovereenkomst slechts voor twee jaar was aangegaan en per 18 november 2005 zou eindigen, waardoor de draagkracht en draagkrachtperiode onjuist waren vastgesteld. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde deze beslissing. In hoger beroep voerde appellant dezelfde argumenten aan.
De Raad oordeelde dat het beleid van het College, waarbij 25% van het netto-inkomen boven het bijstandsniveau als draagkracht wordt aangemerkt en de draagkrachtperiode in principe een heel jaar beslaat, niet onredelijk is. Het beleid houdt rekening met belangrijke wijzigingen van het inkomen door bij nieuwe aanvragen de draagkracht opnieuw vast te stellen. De Raad zag geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van dit beleid rechtvaardigen en verwierp het hoger beroep.
De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag bijzondere bijstand wordt afgewezen.