ECLI:NL:CRVB:2008:BD2721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij psychische klachten en persoonlijkheidsstoornis
Appellant, werkzaam als stafmedewerker Organisatie en Advisering, stopte in 1992 met werken vanwege psychische klachten. Na eerdere toekenning en intrekking van WAO-uitkeringen, werd in 2001 een weigering van WAO-uitkering door het UWV gegeven. Na bezwaar en aanvullend medisch onderzoek werd een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze toekenning ongegrond, waarbij een onafhankelijke deskundige, psychiater Van Ittersum, geen aanwijzingen vond voor psychiatrische ziekte maar wel een persoonlijkheidsstoornis met bepaalde trekken constateerde. Van Ittersum onderschreef de beperkingen die door de bezwaarverzekeringsarts waren vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan niet in staat te zijn arbeid te verrichten vanwege stress en slaapstoornissen, en betwistte de deskundigenbeoordeling. De Raad volgde echter het oordeel van de onafhankelijke deskundige Van Ittersum, die zijn conclusies na reactie van appellant en aanvullende vragen handhaafde.
De Raad concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de aan appellant voorgehouden functies zijn belastbaarheid niet overschrijden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WAO-uitkering met 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid.