ECLI:NL:CRVB:2008:BD2726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid bevestigd met proceskostenvergoeding
Appellante, een caissière die sinds 1992 wegens nekklachten arbeidsongeschikt was, kreeg vanaf 1993 een WAO-uitkering toegekend van 80% of meer. Het UWV herzag in 2004 haar uitkering naar 45-55%, maar de rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In 2005 stelde het UWV dat zij vanaf juli 2005 minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering in.
De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering van het gebruikte beoordelingssysteem (CBBS), maar liet de rechtsgevolgen intact. In hoger beroep bevestigde de Raad dat de medische beperkingen niet waren onderschat en dat het UWV de intrekking terecht had vastgesteld. De Raad oordeelde dat de nadere toelichting op de functies in het CBBS-systeem inmiddels voldoende was.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten van appellante, waaronder de kosten van een manueel geneeskundige. De rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van de uitkering blijven volledig van kracht. Het hoger beroep van appellante werd afgewezen, het hoger beroep van het UWV werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.