ECLI:NL:CRVB:2008:BD2777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks bezwaren appellant
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 18 april 2005 in. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege onvoldoende motivering van een specifiek aspect (1.9.6) in de functiebelasting.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij ook beperkt is in concentratie en dat de functiebelasting niet volledig is toegelicht, waardoor hij de geduide functies niet kan verrichten. De Raad oordeelde dat er geen overtuigend medisch bewijs is voor een grotere beperking dan door het UWV aangenomen. Ook vond de Raad dat het UWV voldoende had toegelicht dat de functies verricht kunnen worden, inclusief het aspect 1.9.6.
Het UWV had een nieuw besluit genomen dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. De Raad betrok dit besluit in de procedure en verklaarde het beroep hiertegen eveneens ongegrond. De Raad bevestigde daarmee de intrekking van de WAO-uitkering en verwierp de bezwaren van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het beroep tegen het nieuwe bezwaarbesluit wordt ongegrond verklaard.