ECLI:NL:CRVB:2008:BD2803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken rechtmatig verblijf en arbeid in loondienst
Appellante, houdster van de Surinaamse nationaliteit, beschikte van 21 december 2000 tot 21 december 2001 over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een beperking tot verblijf bij haar echtgenoot. Verzoeken tot verlenging en wijziging van deze vergunning werden afgewezen, en zij beschikte niet over een geldige verblijfsvergunning tijdens haar dienstverband bij Thuiszorg Rotterdam van 1 april 2003 tot 30 juni 2005.
Na beëindiging van haar dienstverband vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning vroeg appellante een WW-uitkering aan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering omdat appellante niet als werknemer in de zin van de WW kon worden aangemerkt, aangezien zij niet rechtmatig in Nederland verbleef en niet in overeenstemming met de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) arbeid verrichtte.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante niet voldeed aan de vereisten van rechtmatig verblijf en arbeid in loondienst volgens de WW en Wav, waardoor zij geen recht heeft op een WW-uitkering.
De Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan appellante toe te wijzen en bevestigt de aangevallen uitspraak zonder verdere sancties.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering omdat appellante niet als werknemer in de zin van de WW wordt beschouwd.