ECLI:NL:CRVB:2008:BD2894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vrijstelling motorrijtuigenbelasting wegens ontbreken arbeidsgerelateerd doel
Appellant, een ontvanger van een Wajong-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, verzocht het UWV om vrijstelling van motorrijtuigenbelasting als vervoersvoorziening ter ondersteuning van reïntegratie. Het UWV wees dit verzoek af omdat het niet bevoegd was om vrijstelling van belasting te verlenen, een besluit dat door de rechtbank Arnhem werd vernietigd wegens onjuiste grondslag. De rechtbank handhaafde echter de rechtsgevolgen van het besluit omdat appellant niet had aangetoond dat de voorziening gericht was op bevordering of ondersteuning bij arbeid of scholing.
In hoger beroep stelde appellant zich op het standpunt dat de afwijzing onterecht was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat noch uit de aanvraag noch uit de stukken bleek dat de voorziening was aangevraagd met het doel behoud, herstel of bevordering van arbeid, scholing of het bereiken van een werkplek of opleidingslocatie. Ook was niet gebleken dat de voorziening noodzakelijk was voor inschakeling als zelfstandige.
De Raad concludeerde dat appellant geen aanspraak kon maken op de gevraagde vervoersvoorziening op grond van de relevante wetsartikelen (artikel 35 Wet Pro WIA en artikel 59b Wajong in samenhang met artikel 13 Re Proïntegratiebesluit). Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek om vrijstelling motorrijtuigenbelasting bevestigd.