ECLI:NL:CRVB:2008:BD2899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens voltijdse studie
Appellante ontving bijstand vanaf 1997, maar het College trok deze bijstand in over de periode van september 1997 tot en met maart 2001 vanwege haar voltijdse inschrijving aan een hogeschool. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat appellante inderdaad voltijds was ingeschreven gedurende de genoemde periode, waarbij verklaringen van onderwijsinstellingen onvoldoende waren om dit te betwisten. Appellante had bovendien niet tijdig haar inschrijving gemeld, waarmee zij haar inlichtingenplicht schond.
Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen op grond van de WWB en de Algemene bijstandswet. De Raad oordeelde dat het College redelijk heeft gehandeld en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van het beleid af te wijken.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.