ECLI:NL:CRVB:2008:BD3202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat- van Dijk
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluiten WAO- en ZW-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Betrokkene, werkzaam als operator en plaatsvervangend ploegchef, viel in 1997 uit met psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Na herbeoordelingen werd de uitkering verlaagd, maar betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank stelde op basis van een psychiatrisch rapport dat betrokkene ernstiger beperkt is dan eerder aangenomen, wat leidde tot vernietiging van het eerste herzieningsbesluit.
Het UWV stelde zich op het standpunt dat de beperkingen minder ernstig waren en dat een urenbeperking niet aan de orde was. De Raad volgde echter het oordeel van de onafhankelijke psychiater die een matig ernstige depressie met bijkomende beperkingen vaststelde, en concludeerde dat het primaire besluit onvoldoende medisch was onderbouwd.
Ook het tweede besluit inzake de ZW-uitkering kon niet in stand blijven omdat het was gebaseerd op het eerste ontoereikende besluit. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: De herzieningsbesluiten inzake WAO- en ZW-uitkering worden vernietigd wegens ontoereikende medische grondslag.