ECLI:NL:CRVB:2008:BD3512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake berekening meerinkomen studiefinanciering en vertrouwensbeginsel
Betrokkene ontving studiefinanciering van januari tot september 2003. Na controle stelde appellante het toetsingsinkomen vast op basis van bij de belastingdienst opgevraagde gegevens, wat leidde tot een vordering wegens meerinkomen. Betrokkene stelde dat de winst uit zijn onderneming onjuist was berekend, omdat hij van oktober tot december 2003 geen studiefinanciering ontving en dat deze inkomsten buiten beschouwing moesten blijven.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellante onvoldoende had geïnformeerd over de berekeningswijze en dat betrokkene erop mocht vertrouwen dat hij onder de vrije voet zou blijven, waardoor het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Dit leidde tot vernietiging van het besluit en terugwijzing voor hernieuwde beslissing.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld over het vertrouwensbeginsel en dat betrokkene geen bewijs had geleverd van onjuiste voorlichting of verwijzing naar de folder. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wetgever expliciet kiest voor een systeem waarbij de winst uit onderneming wordt omgerekend naar maandbedragen door deling door 12 en dat de door betrokkene voorgestane methode niet wettelijk is ondersteund.
De Raad vond geen bewijs dat appellante onvolledig of onjuist had geïnformeerd en dat er geen gerechtvaardigde verwachtingen waren gewekt. De aangevallen uitspraak werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de vordering wegens meerinkomen blijft gehandhaafd volgens de wettelijke systematiek.