ECLI:NL:CRVB:2008:BD3514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie ondersteunende en activerende begeleiding door CIZ
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) inzake zijn indicatie voor ondersteunende en activerende begeleiding op grond van de AWBZ. Na een eerdere indicatie voor ondersteunende begeleiding algemeen klasse 2, had appellant een nieuwe aanvraag ingediend met verzoek tot uitbreiding, waaronder ook huishoudelijke verzorging en prostitutiebezoek.
CIZ wees de meeste verzoeken af, behalve voor ondersteunende begeleiding algemeen klasse 2 en activerende begeleiding klasse 1 voor beperkte periodes. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, onder meer omdat appellant geen onderbouwing gaf voor zijn financiële claim en de vergoeding van prostitutiebezoek niet binnen de regelgeving valt.
In hoger beroep betoogde appellant dat de indicatie voor activerende begeleiding te beperkt was en dat de indicatie voor ondersteunende begeleiding onvoldoende was. De Raad overwoog dat het geschil zich beperkte tot de indicatiestelling door CIZ en niet tot de toekenning van het persoonsgebonden budget door het zorgkantoor. Er was geen bewijs dat het advies waarop de indicatie was gebaseerd onjuist of onzorgvuldig was. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de indicatie van CIZ wordt bevestigd.