ECLI:NL:CRVB:2008:BD3522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige grondslag
Appellante, arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering, werd in 2004 herbeoordeeld en haar uitkering verlaagd op basis van een medische en arbeidskundige beoordeling. Het Uwv stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 35-45%, later verhoogd naar 45-55% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij de medische grondslag werd bevestigd en het arbeidskundig oordeel als zorgvuldig werd beoordeeld.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de medische beoordeling deugdelijk is en dat er geen nieuwe medische gegevens zijn die twijfel zaaien over de juistheid hiervan. Ook de aanvullende informatie van een longarts leidt niet tot een ander oordeel. Wel stelt de Raad vast dat het besluit in eerste aanleg niet deugdelijk gemotiveerd was op arbeidskundig gebied, hetgeen in hoger beroep is hersteld.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, evenals de aangevallen uitspraak van de rechtbank. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.