ECLI:NL:CRVB:2008:BD3680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep bijzondere bijstand epilatiekosten
Appellant verzocht op 16 november 2004 om bijzondere bijstand voor de kosten van epilatie met een flashlightlamp. Het College wees deze aanvraag op 4 november 2005 af en verklaarde het bezwaar op 10 februari 2006 ongegrond. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit bij uitspraak van 3 januari 2007. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de zitting op 15 april 2008 verklaarde de gemachtigde van appellant dat het College op een latere aanvraag wel positief had beslist en dat appellant in de tussenliggende periode geen kosten had gemaakt. Hierdoor ontbrak volgens de gemachtigde een materieel procesbelang bij de beoordeling van de eerdere afwijzing, en was het enige belang nog gelegen in een proceskostenveroordeling.
De Raad overwoog dat het proceskostenbelang niet op zichzelf kan leiden tot ontvankelijkheid, conform vaste rechtspraak. Aangezien appellant geen ander belang had bij de beoordeling, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, mede omdat het positieve latere besluit niet betekent dat het College in de eerdere procedure aan appellant tegemoet is gekomen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan materieel procesbelang.