ECLI:NL:CRVB:2008:BD3745
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering periodieke uitkering aan oorlogsinvalide wegens onvoldoende arbeidsbeëindiging
Appellant, geboren in 1937 en slachtoffer van internering tijdens de Bersiap-periode, vroeg een periodieke uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij baseerde zijn aanvraag op lichamelijke en psychische klachten door oorlogsgeweld.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor een periodieke uitkering omdat hij zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf niet heeft hoeven beëindigen of blijvend verminderen vanwege zijn invaliditeit. Bovendien was zijn bruto gezinsinkomen te hoog voor een garantie-uitkering.
De Raad bevestigde dat de toegekende toeslag voor verbetering van levensomstandigheden het maximale bedrag betrof en dat het beroep daarom ongegrond moest worden verklaard. Appellants bezwaren met betrekking tot de Algemene Ouderdomswet werden buiten beschouwing gelaten.
De Raad wees tevens een verzoek om vergoeding van proceskosten af en handhaafde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.