ECLI:NL:CRVB:2008:BD3749
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers wegens inconsistenties in verhaal seksueel misbruik
Appellante, geboren in 1937 te Djember, diende een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, stellende dat zij tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode diverse traumatische gebeurtenissen had meegemaakt, waaronder bombardementen en beschietingen. Deze aanvraag werd in 2006 afgewezen omdat de gebeurtenissen niet onder de werking van de Wet vielen.
In oktober 2006 meldde appellante telefonisch dat zij door een Japanner was verkracht tijdens een verblijf bij haar grootouders in Blitar, waarna zij een nieuwe aanvraag indiende. Deze tweede aanvraag werd eveneens afgewezen door verweerster vanwege te veel inconsistenties in het relaas.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de inconsistenties zodanig waren dat er geen grond was voor medisch onderzoek ter verificatie van het gestelde seksueel misbruik. Daarbij werd meegewogen dat appellante destijds nog geen melding had gemaakt van het misbruik en dat zij ten tijde van het vermeende voorval nog zeer jong was, wat de aannemelijkheid vermindert. Ook de verklaring van haar neef werd onvoldoende betrouwbaar geacht.
Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees zij een verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 mei 2008.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs en inconsistenties in haar verhaal over seksueel misbruik.