ECLI:NL:CRVB:2008:BD3752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek premierestitutie wegens verjaring volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
Appellante verzocht om restitutie van betaalde premie slotverplichtingen Ziektewet over het jaar 1995. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af op grond van verjaring zoals bepaald in artikel 13 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die herziening rechtvaardigen.
Appellante voerde aan dat ten tijde van het premiebesluit niet duidelijk was dat de afrekenpremie niet was gedifferentieerd, maar dit werd niet als nieuw feit erkend. De Raad overwoog dat het verzoek om premierestitutie moet worden gezien als een verzoek tot premievaststelling en dat het Uwv volgens artikel 13 CSV Pro geen premie meer kan vaststellen na vijf jaar na het kalenderjaar waarover de premie verschuldigd is.
Omdat de nota betrekking had op 1995 en het verzoek pas in december 2001 werd ingediend, was de verjaringstermijn reeds verstreken. Het beroep van appellante faalt daarom en de Centrale Raad van Beroep bevestigt het eerdere oordeel van de rechtbank dat het Uwv bevoegd was het verzoek af te wijzen. De Raad wijst tevens het beroep op artikel 13, derde lid, CSV af omdat dit artikel alleen de verjaring van de rechtsvordering tot terugbetaling regelt na een herzieningsbesluit.
Uitkomst: Het verzoek om premierestitutie is afgewezen wegens verjaring volgens artikel 13 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.