ECLI:NL:RBGRO:2009:BL7217
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing restitutie premies werknemersverzekeringen TOR
Eiseres, een regiopolitieorganisatie, verzocht om restitutie van premies werknemersverzekeringen die zij over de jaren 2002 tot en met 2004 betaalde in verband met de Tijdelijke Ouderen Regeling (TOR). Deze regeling betrof een non-activiteitsperiode voorafgaand aan functioneel leeftijdsontslag, waarbij geen arbeid werd verricht. Eiseres stelde dat de premies onterecht waren geheven omdat de uitkeringen als loon uit vroegere dienstbetrekking moesten worden beschouwd.
Verweerder, het UWV, wees het verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die rechtvaardigen dat de premies zouden worden aangepast. De rechtbank oordeelde dat de premienota’s formele rechtskracht hadden en dat het verzoek om restitutie als een verzoek tot premievaststelling moest worden gezien, waarbij nieuwe feiten of omstandigheden noodzakelijk zijn.
De rechtbank stelde echter vast dat verweerder het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd en dat eiseres onvoldoende gelegenheid had gekregen om nieuwe feiten aan te voeren. Ook werd het beroep op strijdigheid met het Europees sociaal zekerheidsrecht als tardief en onvoldoende onderbouwd verworpen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens omdat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de casus verschilde van eerdere zaken.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.