ECLI:NL:CRVB:2008:BD3773
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gelijkstelling met vervolgde wegens ontbreken bewijs verzet vader
Appellant vroeg om toekenning van een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, stellende dat zijn vader was vervolgd wegens verboden wapenbezit uit oogpunt van verzet. De Raadskamer WUV wees de aanvraag af omdat appellant zelf geen vervolging had ondergaan en niet kon worden gelijkgesteld met de vervolgde, mede omdat het eerdere besluit omtrent de vader negatief was over verzetsdeelname.
Appellant voerde aan dat het eerdere oordeel niet uitputtend was en dat zijn zus wel als verzetsdeelnemer was erkend omdat zij samen met de vader wapens vervoerde. De Centrale Raad van Beroep onderzocht of de vader de wapens uit oogpunt van verzet bij zich had en concludeerde dat het eerdere besluit, na uitgebreid onderzoek, niet onrechtmatig was en dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd die het oordeel konden wijzigen.
De Raad oordeelde dat het beroep ongegrond is en dat de afwijzing van de gelijkstelling met de vervolgde terecht was. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 29 mei 2008.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de gelijkstelling met de vervolgde wordt bevestigd.