ECLI:NL:CRVB:2008:BD3775
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gelijkstelling nabestaande met vervolgd wegens verboden wapenbezit vader
Appellante verzocht om een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, stellende dat haar vader was vervolgd wegens verboden wapenbezit uit oogpunt van verzet, wat leidde tot zijn overlijden in een Duits concentratiekamp.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat de vader van appellante vervolging had ondergaan wegens zijn wereldbeschouwing, zoals vereist voor gelijkstelling. Dit oordeel was gebaseerd op eerdere besluiten van de Buitengewone Pensioenraad uit 1953 en 1981, die negatief waren over de verzetsdeelname van de vader.
Appellante voerde aan dat zij zelf als verzetsdeelnemer was erkend en dat de wapens die haar vader bij zich had uit oogpunt van verzet waren. De Raad concludeerde echter dat geen nieuwe feiten of gegevens waren die het eerdere oordeel konden wijzigen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De Raad bevestigde dat de vader niet vervolgd was wegens wereldbeschouwing en dat appellante niet als vervolgd kon worden gelijkgesteld.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen wegens ontbreken van vervolging wegens wereldbeschouwing van haar vader.