ECLI:NL:CRVB:2008:BD3777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak rechtbank over WAO-uitkering en bevestigt juiste beoordeling arbeidsongeschiktheid
Betrokkene ontvangt sinds april 2000 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Het UWV trok deze uitkering per 22 augustus 2005 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Na bezwaar en een nieuw besluit werd de uitkering verlaagd naar 25-35%. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde deze besluiten wegens onvoldoende zorgvuldigheid bij de beoordeling.
Het UWV ging in hoger beroep en voerde aan dat de intensivering van de beoordeling alleen nodig is bij bepaalde diagnoses met urenbeperkingen of geen duurzame arbeidsmogelijkheden. De Raad volgde deze uitleg en oordeelde dat betrokkene zonder urenbeperking werkzaamheden kan verrichten, waardoor geen nader primair onderzoek nodig was.
De Raad beoordeelde vervolgens of de vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 25-35% terecht was. Op basis van medische rapporten, waaronder die van de bezwaarverzekeringsarts en behandelaars, concludeerde de Raad dat de beperkingen zorgvuldig waren vastgesteld en dat er geen reden was voor zwaardere beperkingen. De arbeidsdeskundige rapporteerde dat betrokkene met deze beperkingen functies kan vervullen die een verdiencapaciteit van ongeveer 27% verlies rechtvaardigen.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank Amsterdam en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld binnen de eigen gedragslijn bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 25 april 2006 wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.