ECLI:NL:CRVB:2009:BH1539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering na bezwaar en heroverweging met behoud rechtsgevolgen
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2005 werd deze uitkering ingetrokken met ingang van 3 augustus 2005. Na bezwaar werd het besluit herroepen en de intrekking vastgesteld per 31 maart 2006. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het UWV bevoegd was het intrekkingstijdstip te wijzigen binnen hetzelfde feitencomplex en dat de medische beoordeling juist was.
In hoger beroep stelde appellant dat ten onrechte geen lichamelijk onderzoek was verricht, dat het feitencomplex anders was dan bij het oorspronkelijke besluit en dat de richtlijn voor beoordeling niet juist was toegepast. De Raad overwoog dat heroverweging in bezwaar het wijzigen van het intrekkingstijdstip toelaat mits binnen hetzelfde feitencomplex, wat hier het geval was. De medische beperkingen waren juist vastgesteld en appellant had geen nieuwe medische gegevens overgelegd.
De Raad vond de motivering van de arbeidsdeskundige overtuigend, ook al was deze pas in hoger beroep gegeven. Daarom vernietigde de Raad de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.