ECLI:NL:CRVB:2008:BD3779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht escortdames in privaatrechtelijke dienstbetrekking bevestigd
Appellant 1 voerde bezwaar tegen premiecorrectienota’s werknemersverzekeringen over 2003 en 2004 voor de in zijn escortbedrijf werkzame escortdames/prostituees. Het UWV stelde dat deze dames in een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding stonden en verklaarde de bezwaren ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de premieoplegging tot december 2005 niet toelaatbaar was vanwege onduidelijkheid over premieoplegging.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking die tot verzekeringsplicht leidde. De Raad baseerde dit op een looncontrolerapport en bedrijfsbezoek waaruit een gestroomlijnde organisatie en gezagsrelatie bleek. De rol van appellant 1 ging verder dan bemiddeling, mede door gemeentelijke vergunningseisen.
De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel omdat er geen ondubbelzinnige gerechtvaardigde verwachtingen waren dat geen premies zouden worden opgelegd. Het ontbreken van een bindend rapport en het tijdsverloop waren onvoldoende om het UWV te verwijten dat het premies oplegde. Het hoger beroep van appellant 1 werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van het UWV werd gegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplicht van escortdames en verklaart het hoger beroep van appellant 1 ongegrond.