ECLI:NL:CRVB:2008:BD3781
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering herziening invaliditeitspercentage op grond van verzetsdeelname vader
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Raadskamer WBP van 30 mei 2006, waarin haar verzoek tot herziening van het invaliditeitspercentage werd afgewezen. Dit verzoek was gebaseerd op psychische klachten die zij toeschrijft aan de wederwaardigheden van haar vader, die zij als verzetsdeelnemer beschouwt.
De Raad heeft eerder het besluit van 3 mei 2005 vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar gaf geen inhoudelijk oordeel over de verzetsstatus van de vader. In het bestreden besluit heeft verweerster nader toegelicht dat de vader van appellante in het verleden niet als verzetsdeelnemer is erkend en dat geen nieuwe feiten zijn die aanleiding geven dit standpunt te wijzigen.
Appellante betoogt dat haar vader als verzetsdeelnemer moet worden erkend omdat zij samen wapens met hem heeft vervoerd en zij zelf als verzetsdeelnemer wordt erkend. De Raad oordeelt dat eerdere uitspraken geen inhoudelijk oordeel over de vader bevatten en dat de bestaande besluiten uit 1953 en 1981 rechtsgeldig zijn. Daarom kan het bestreden besluit in stand blijven en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering tot herziening van het invaliditeitspercentage wordt ongegrond verklaard.