ECLI:NL:CRVB:2008:BD3976
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vervolging en medische relatie
Appellant, geboren in 1938 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg een periodieke uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, stellende dat zijn vader was omgekomen als krijgsgevangene en dat hijzelf geïnterneerd was in het Adekkamp. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant zelf vervolging had ondergaan en dat er geen ziekten of gebreken waren die redelijkerwijs in verband konden worden gebracht met het overlijden van zijn vader.
Appellant voerde in beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was omdat het door een algemeen arts was uitgevoerd en niet door een psychiater, en verzocht om een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was en dat er geen aanwijzingen waren voor onvoldoende beoordeling of onvolledigheid. Ook was er geen bewijs van vrijheidsberoving of vervolging zoals bedoeld in de Wet, mede omdat het Rode Kruis geen interneringsgegevens kon vinden.
De Raad verwierp het beroep en oordeelde dat het bestreden besluit terecht in stand kon blijven. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat ieder individu zijn oorlogservaringen op eigen wijze verwerkt. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.