ECLI:NL:CRVB:2008:BD3991
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op basis van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan oorlogservaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode.
Verweerster wees het verzoek af omdat onvoldoende was aangetoond dat appellant daadwerkelijk oorlogsgeweld had ondervonden. De Raad toetste dit besluit en concludeerde dat de door appellant aangevoerde omstandigheden, zoals verblijf in Tambaksari en evacuaties in 1949, niet voldeden aan de criteria van de Wet. Er was geen bewijs van levensbedreigende situaties of vrijheidsberoving.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het bestuursorgaan niet in strijd met het hoor- en wederhoorprincipe had gehandeld, omdat de nieuwe informatie geen nieuw feit of omstandigheid vormde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.