ECLI:NL:CRVB:2008:BD4083
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1934 te Jakarta, heeft een aanvraag ingediend voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar oorlogservaringen in Nederlands-Indië. De aanvraag werd door verweerster afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat zij daadwerkelijk door oorlogsgeweld was getroffen.
Appellante stelde onder meer dat zij tijdens de oorlogsjaren werd lastiggevallen door Japanse soldaten, betrokken was bij bombardementen op Tjilitan en onder levensbedreigende omstandigheden moest vluchten naar de St. Vincentiuskerk. Tevens gaf zij aan seksueel misbruikt te zijn door peloppers. De Raad stelde vast dat deze beweringen onvoldoende werden ondersteund door bewijs of bevestiging buiten appellantes eigen verklaringen.
De Raad concludeerde dat de omstandigheden niet voldeden aan de definitie van oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. De vlucht naar de kerk vond niet onder directe levensbedreiging plaats, en de vermeende bombardementen hadden geen directe impact op appellante. Ook het vermeende seksueel misbruik kon niet worden geverifieerd. De Raad oordeelde dat angst en bedreiging niet gelijk staan aan de calamiteiten die de Wet vereist.
Gelet op het voorgaande werd het bestreden besluit gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat geen gronden daarvoor aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer.