ECLI:NL:CRVB:2008:BD4129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezagsverhouding statutair directeur voor verzekeringsplicht sociale verzekeringen
De zaak betreft een geschil over de verzekeringsplicht van een statutair directeur op grond van artikel 3 van Pro de sociale verzekeringswetten. Betrokkene, een onderneming in horeca-artikelen en groothandel, had een directeur aangesteld via managementovereenkomsten. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, nam verzekeringsplicht aan en legde correctienota's en boetes op.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking was vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding. De Raad stelt echter vast dat ondanks de zelfstandige opdracht en afwezigheid van de feitelijke aanwezigheid van de bestuurder van de stichting, er wel degelijk sprake was van gezagsuitoefening. De statutair directeur was benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders en had geen eigendomspositie, wat wijst op een gezagsrelatie.
De Raad benadrukt dat het ontbreken van directe instructies niet betekent dat gezag ontbrak, zeker omdat de bestuurder van de stichting via rapportages op de hoogte werd gehouden en feitelijk kon ingrijpen. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant gegrond. Daarnaast wijst de Raad de matigingsverzoeken van betrokkene voor de opgelegde boetes af, omdat geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid.
De uitspraak bevestigt de criteria voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking bij statutair directeuren en benadrukt het belang van de mogelijkheid tot ontslag en gezagsuitoefening, ook bij formele benoemingen en indirecte aansturing.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplicht van de statutair directeur wegens gezagsverhouding en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.