ECLI:NL:CRVB:2008:BD4280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks gezondheids- en financiële problemen
Appellant werd geconfronteerd met een terugvordering van in het verleden onverschuldigd betaalde WAO- en WAZ-uitkeringen, ter hoogte van €13.299,71 bruto, over de periode 1998 tot 2001. Hij voerde aan dat de terugvordering onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen had, mede door een verkeersongeval en een hartinfarct, waardoor hij geruime tijd niet kon werken.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard omdat de gestelde dringende redenen niet met concrete gegevens waren onderbouwd en er geen causaal verband was tussen de terugvordering en de gezondheids- of financiële problemen. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar ook de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om van terugvordering af te zien.
De Raad overwoog dat de terugvordering wettelijk verplicht is, en dat de omstandigheden van appellant niet aantonen dat sprake is van onaanvaardbare sociale of financiële consequenties door de terugvordering zelf. De gezondheidsklachten en het verkeersongeval konden niet als gevolg van de terugvordering worden aangemerkt. De inhouding op de uitkering laat appellant bovendien voldoende middelen over boven de beslagvrije voet.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van WAO-uitkeringen wordt bevestigd.