ECLI:NL:CRVB:2008:BD4759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit bijstandsuitkering wegens onjuiste grondslag
Appellant ontving een bijstandsuitkering met een toeslag van 20% en meldde wijzigingen in zijn woonsituatie aan de gemeente Groningen. Het College herzag de bijstand op basis van artikel 54, derde lid, aanhef en onder b, van de WWB en vorderde terugbetaling wegens vermeende woningdeling. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat niet vaststond of de juiste wettelijke grondslag was toegepast en oordeelde dat herziening op die grondslag pas mogelijk is als geen sprake is van schending van de inlichtingenverplichting.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat appellant zijn inlichtingenverplichting niet heeft geschonden, gelet op de tijdige en juiste meldingen over woningdeling. Het besluit van 22 juni 2007, dat de herziening op basis van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, WWB steunde, wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand omdat het College bevoegd was tot herziening en terugvordering op grond van artikel 54 en Pro 58 WWB.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van aantoonbaar geestelijk letsel. De Raad acht het beleid van het College inzake intrekking en terugvordering niet onredelijk en wijst verdere vorderingen af.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onjuiste grondslag, het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.