ECLI:NL:CRVB:2008:BD5190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO/AAW-uitkering wegens onzekere medische situatie na lange termijn
Appellant heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om een WAO/AAW-uitkering toe te kennen. De aanvraag werd afgewezen omdat appellant ten tijde van de gestelde arbeidsongeschiktheid in 1986 niet meer verzekerd was. De medische situatie kon niet met zekerheid worden vastgesteld vanwege het lange tijdsverloop tussen het moment van arbeidsongeschiktheid en de aanvraag.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij werd verwezen naar medische rapportages die stelden dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 1 januari 1986 lag. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat het risico van onzekerheid in medische situatie bij een late aanvraag voor rekening van appellant komt.
De Raad acht de aangevoerde medische verklaringen onvoldoende om af te wijken van het eerdere oordeel. Ook is niet gebleken dat appellant vóór zijn uitzetting in 1982 psychische klachten had die werkongeschiktheid zouden rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO/AAW-uitkering bevestigd.