ECLI:NL:CRVB:2008:BD5208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering bij fibromyalgie ondanks medische geschilpunten
Appellante had een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, die door het UWV per 8 december 2004 werd herzien naar 25-35%. De rechtbank Leeuwarden vernietigde dit besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen en voerde aan dat zij medisch gezien meer beperkt was dan vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen vrijwel eenduidige, consistente en medisch gemotiveerde opvatting bestaat die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt. Hoewel appellante fibromyalgie heeft, was het medisch bewijs, inclusief verklaringen van diverse artsen en psychologen, onvoldoende om het standpunt van appellante te ondersteunen. De Raad vond het onderzoek van de UWV-arts zorgvuldig en de vastgestelde functionele mogelijkheden passend.
De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke medische deskundige af vanwege het ontbreken van twijfel over de medische gegevens. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellante. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.