ECLI:NL:CRVB:2008:BD5296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens samenwoning en inkomsten partner
Appellant vroeg op 27 juli 2005 bijstand aan en verklaarde samen te wonen met mevrouw F. Dit werd ondersteund door inschrijving in de Gemeentelijke basisadministratie en een huisbezoek op 20 september 2005 waarbij beiden aanwezig waren. Het College van burgemeester en wethouders wees de aanvraag op 13 oktober 2005 af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat F. niet meer op het adres woonde en zij inkomsten had boven de bijstandsnorm.
Appellant voerde aan dat F. al maanden niet meer op het adres woonde, maar de Raad achtte de onderzoeksresultaten, waaronder het huisbezoek en de gezamenlijke aanvraag, overtuigend bewijs van samenwoning gedurende de relevante periode. De enkele verklaring van appellant kon dit niet weerleggen.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar ongegrond verklaarde. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd vanwege samenwoning met een partner met inkomsten boven de bijstandsnorm.