ECLI:NL:CRVB:2008:BD5401
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking en verlaging bijstandsuitkering wegens onjuiste vermogenswaardering
Verzoeker ontving bijstand van november 1999 tot maart 2006. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst trok de bijstand per 1 maart 2006 in wegens vermeerd vermogen boven de vermogensgrens, gebaseerd op een WOZ-waarde van een woning van €38.042,--. Verzoeker betwistte dit en verwees naar een taxatierapport en de werkelijke koopsom van €10.000,--.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en het beroep tegen de verlaging niet-ontvankelijk. De Centrale Raad oordeelde dat de koopsom uitgangspunt moet zijn voor de waardebepaling bij vrije oplevering, tenzij overtuigend bewijs anders aangeeft. De WOZ-waarde was verouderd en niet representatief. De woning verkeerde in slechte staat en was langdurig leeg.
Hierdoor was niet aannemelijk dat verzoeker vermogen boven de vermogensgrens had. De Raad vernietigde de besluiten van 7 en 13 december 2006, herroept het intrekkingsbesluit van 3 mei 2006 en het verlagingbesluit van 18 april 2006. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten en griffierechten van verzoeker.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking en verlaging van de bijstandsuitkering worden vernietigd en herroepen wegens onjuiste waardering van het vermogen.