ECLI:NL:CRVB:2008:BD5462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks psychische kwetsbaarheid en gezinssituatie
Appellante was het niet eens met het besluit van het Uwv om haar WAO-uitkering per 5 januari 2006 in te trekken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. In eerste aanleg werd het beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellante dat haar medische beperkingen, waaronder psychische klachten, waren onderschat en dat zij als volledig arbeidsongeschikt moest worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep heeft de medische en arbeidskundige rapporten bestudeerd, waaronder het rapport van psycholoog Smeur en de commentaren van de bezwaarverzekeringsarts Van Kempen. Hoewel er sprake is van een langdurige psychische kwetsbaarheid en somatoforme stoornissen, is geoordeeld dat het Uwv hiermee voldoende rekening heeft gehouden bij het bepalen van de functionele mogelijkheden.
De Raad benadrukte dat de lastige gezinssituatie van appellante, als alleenstaande moeder van drie jonge kinderen, niet meegewogen wordt bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid volgens vaste rechtspraak. Appellante wordt geacht een oplossing te vinden voor haar gezinstaken om haar belasting te verminderen. De Raad concludeert dat appellante met haar medische beperkingen in staat is om de voorgestelde werkzaamheden te verrichten.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de intrekking van de WAO-uitkering per 5 januari 2006 bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering per 5 januari 2006 wordt bevestigd.