ECLI:NL:CRVB:2008:BD5539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks terugwerkende kracht en leeftijdsdiscriminatie
Appellant stelde beroep in tegen twee besluiten van het UWV die zijn WAO-uitkering herzien naar lagere arbeidsongeschiktheidsklassen. De rechtbank had één besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep bevestigt beide uitspraken en oordeelt dat het UWV alle relevante stukken heeft overgelegd en dat de toepassing van terugwerkende kracht niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad overweegt dat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn inkomsten uit arbeid invloed hadden op zijn uitkering, mede omdat hij drie jaar aaneengesloten een hoger inkomen had. De berekening van het verlies aan verdienvermogen en de toepassing van de reductiefactor zijn correct uitgevoerd. Het beroep op leeftijdsdiscriminatie faalt omdat de herziening gebaseerd is op ongewijzigde wettelijke bepalingen.
De medische en arbeidskundige rapportages zijn zorgvuldig en de Raad ziet geen reden om deze te betwijfelen. Het UWV heeft de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld, en de bezwaarprocedure is adequaat gevolgd. Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellant af.