ECLI:NL:CRVB:2008:BD5611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot herziening WAZ-uitkeringsbesluit zonder nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om een WAZ-uitkering vanaf 1 januari 2002, welke aanvankelijk werd afgewezen bij besluiten van 14 maart 2002 en 15 juli 2003. Deze besluiten werden onherroepelijk. Een verzoek tot herziening van het besluit van 15 juli 2003 op basis van nieuwe financiële gegevens werd door het UWV inhoudelijk beoordeeld, maar leidde niet tot een andere uitkomst.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond, en de Raad bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot terugkomen van een besluit inhoudelijk te behandelen, maar dat de bestuursrechter zich bij toetsing moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.
Het verzoek om vergoeding van immateriële schade werd afgewezen vanwege het ontbreken van een gegronde termijnoverschrijding. De Raad concludeerde dat het UWV niet onredelijk heeft gehandeld en bevestigde de aangevallen uitspraak, waarmee het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.