ECLI:NL:CRVB:2008:BD5732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderbijslag vierde kwartaal 2003 wegens niet onderkende internaatsituatie
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor de zoon van mevrouw B., die tot 25 december 2003 op een internaat in Turkije verbleef en vanaf juni 2004 bij appellant woonde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde kinderbijslag over het vierde kwartaal 2003 en eerste kwartaal 2004, omdat appellant het kind niet in belangrijke mate zou hebben onderhouden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Raad constateerde dat de Svb niet had onderkend dat het kind op de peildatum van het vierde kwartaal 2003 op een internaat verbleef, waardoor de onderhoudseis niet van toepassing is. Daarom vernietigde de Raad het besluit over dat kwartaal en verklaarde het beroep gegrond.
Voor het eerste kwartaal 2004, waarin het kind niet meer op een internaat verbleef, oordeelde de Raad dat appellant onvoldoende bewijs leverde van onderhoud, ondanks een notarisrekening en een verklaring van de grootvader. Dit deel van het beroep werd afgewezen.
De Raad veroordeelde de Svb tot vergoeding van de proceskosten van appellant en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van kinderbijslag over het vierde kwartaal 2003 wordt vernietigd, het beroep over het eerste kwartaal 2004 wordt afgewezen.