ECLI:NL:CRVB:2008:BD5737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en passende arbeid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te verlagen van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 15-25%, omdat hij meende ernstiger medisch beperkt te zijn door regelmatig flauwvallen en onvoldoende taalvaardigheid om de geduide functies te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Uit medische rapporten blijkt dat appellant geen structurele psychiatrische behandeling meer ondergaat en geen functionele rugbeperkingen meer heeft, hoewel stress en zware rugbelasting vermeden moeten worden. Het flauwvallen komt slechts sporadisch voor en maakt hem niet ongeschikt voor de functies.
De Raad oordeelt dat de functies als productiemedewerker en huishoudelijk medewerker passend zijn, mede gezien het opleidingsniveau en het feit dat de functies geen gevaarlijke werkomstandigheden kennen. De taalvaardigheid van appellant vormt geen belemmering omdat de functies eenvoudig routinematig werk betreffen.
De Raad concludeert dat het UWV de juiste medische en arbeidskundige beoordeling heeft gemaakt en bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.