ECLI:NL:CRVB:2008:BD5825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van Ham
- K. Zeilemaker
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in levensonderhoud
Appellante had meerdere aanvragen om bijstand ingediend, waarvan de laatste op 22 december 2005. Het College wees deze aanvraag af omdat appellante onvoldoende verifieerbare informatie verstrekte over haar levensonderhoud vanaf augustus 2003.
Appellante stelde dat zij leefde van leningen en giften van familie en vrienden, maar kon deze geldstromen niet met controleerbare bewijsstukken onderbouwen. Ondanks het overleggen van enkele bewijsstukken van geldtransacties en verklaringen, was het voor de Raad onduidelijk hoe zij haar noodzakelijke kosten, zoals huur, heeft voldaan.
De Raad oordeelde dat appellante niet voldeed aan haar inlichtingenverplichting zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, WWB, waardoor niet kon worden vastgesteld of zij bijstandsbehoevend was. De uitspraak van de rechtbank Roermond werd bevestigd. Tevens werd opgemerkt dat bij een nieuwe aanvraag het College moet beoordelen of appellante nog aan haar informatieplicht moet voldoen, mede gezien haar onbetwiste bijstandsbehoevende omstandigheden.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellante wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in haar levensonderhoud.