ECLI:NL:CRVB:2008:BD5829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag aanvullende beurs zonder rekening te houden met ouderlijk inkomen wegens niet inbare alimentatie
Appellante verzocht op grond van de Wet studiefinanciering 2000 om een aanvullende beurs toe te kennen zonder rekening te houden met het inkomen van haar vader, omdat deze financiële problemen heeft en de alimentatie oninbaar zou zijn. De IB-Groep wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat geen sprake was van een ernstig en structureel conflict of niet inbare alimentatie zoals bedoeld in het Besluit studiefinanciering 2000.
De rechtbank bevestigde deze beslissing, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij voerde aan dat de situatie waarin de gemeente de onderhoudsbijdrage op nihil stelt gelijkgesteld moet worden met niet inbare alimentatie, eventueel met toepassing van de hardheidsclausule. De Raad overwoog dat deze stelling een herhaling was van eerdere argumenten en onderschreef de overwegingen van de rechtbank.
De Raad stelde vast dat ondanks de schulden van de vader en de financiële situatie van de moeder, er geen sprake is van een langdurig ernstig verstoorde verhouding tussen appellante en haar vader. Daarom moet bij de toekenning van de aanvullende beurs het inkomen van de vader worden meegewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvullende beurs wordt vastgesteld met inachtneming van het inkomen van de vader.